Bezinner (Divergeerder)

Globale beschrijving
Bezinners nemen graag afstand om hun ervaringen te overdenken en vanuit vele verschillende gezichtspunten of invalshoeken te bekijken. Zij verzamelen gegevens zowel uit de eerste hand als van anderen en herkauwen deze grondig voordat ze tot een conclusie komen. Uitgebreid informatie verzamelen en analyseren van gegevens leidt ertoe dat ze het trekken van definitieve conclusies steeds neigen uit te stellen.
Hun levenshouding is behoedzaam en terughoudend. Ze blijven het liefst op de achtergrond bij gesprekken en vergaderingen. Ze observeren graag hoe andere mensen bezig zijn. Ze maken een lichtelijk afstandelijke, verdraagzame, onverstoorbare indruk.
Wanneer ze tot actie overgaan past dat in een groter kader en houden zij niet alleen rekening met de eigen inzichten, maar ook met die van anderen.

Eigenschappen:
  • Goed in waarnemen, gebruikt zijn ogen en oren, luistert en observeert aandachtig. Neemt zaken in zich op, stelt vragen.
  • Overziet het geheel. Groot vermogen problemen te herformuleren; snel verbanden te leggen tussen een aantal inzichten of observaties tot een andere kijk op de zaak.
  • Bezit een groot voorstellingsvermogen, waarmee bij een concrete situatie vanuit verschillende gezichtshoeken kan bekijken. Ziet vele alternatieven. Kan zichzelf voorstellen in verschillende situaties.
  • Creatief, gebruikt zijn verbeeldingskracht en fantasie. Genereert vaak nieuwe en uiteenlopende ideeën of plannen. Komt tot zijn recht bij brainstorming.
  • Inventief, scoort hoog in oplossen van problemen waarbij meerdere oplossingen mogelijk zijn.
  • Reactief, afwachtend, weloverwogen. Verzamelt gegevens zowel uit de eerste hand als van anderen en analyseert die gegevens zorgvuldig alvorens tot een conclusie te komen. Laat liefst niets on-onderzocht.
  • Timing is belangrijk, kan pas met iets anders verder gaan als hij klaar is. Neigt tot zolang mogelijk uitstellen van definitieve conclusies. Komt vaak niet tot besluiten omdat hij steeds weer nieuwe alternatieven bedenkt en keuzes uitstelt, of geen keuzes kan maken.
  • Geïnteresseerd in mensen; leert door naar anderen te luisteren, vervolgens door ideeën met een klein aantal mensen te delen en vorm te geven. Zoekt graag bij anderen bevestiging.
  • Gericht op relaties met mensen, maar stelt zich in het sociale contact enigszins ingehouden, bedachtzaam of zelfs afzijdig op. Dit zeker in vergelijking met het convergerende type.
  • Rustig, kalm, vriendschappelijk, ondersteunend, vermijdt ruzie.
  • Gevoelsmens, humoristisch, met gevoel voor ongerijmdheden. Brede culturele belangstelling, esthetische interesse. Idealistisch. Vrijzinnig, conformeert niet snel aan autoriteit. Meer zelfvertrouwen dan de convergeerder. Is geneigd extremer te scoren op eens/oneens vragenlijsten.
  • Mens- en geesteswetenschappen hebben qua studie de voorkeur. Als leerstijl vooral aangetroffen bij de volgende beroepsgroepen: Hulpverlening, organisatie-adviseurs, trainers en personeelswerkers
  • Taalgebruik wordt gekenmerkt door uitingen van persoonlijke beleving, 'ik voel dat, ik zie dat zo.' Gebruik van metaforen, analogieën, beeldspraak en concrete voorbeelden (ezelsbruggetjes). Neiging van de hak op de tak te springen.

Kenmerkende formuleringen:
"stel dat ......."
"ga eens uit van gedachte dat ......."
"kunnen we er een zodanige vorm aan geven dat......"
"is er misschien een manier om....."
"kunt u op een of andere manier aannemelijk maken dat dit idee…."
"laten we hierover wal ideeën naast elkaar zetten…"

Sterke kanten
Sterke kant is probleem-identificatie; vergelijken van een gewenste situatie met de werkelijkheid en duidelijk maken waar de verschillen tussen de ideale situatie en de realiteit zitten:
  • Zoekt en verzamelt achtergrondinformatie. Peilt meningen en gevoelens van anderen.
  • Goed in het zien van dingen. Onderzoekt nieuwe, afwijkende patronen. Herkent discrepanties, storingen of problemen. Maakt problemen duidelijk.Ziet zaken in perspectief. Voelt kansen, mogelijkheden aan. Ziet wat hij kan gebruiken.
  • Heeft creatieve mogelijkheden. Goed in creatief denken; ideeën bedenken. Genereert veel alternatieven.
  • Kan wachten op het beste tijdstip.
  • Erkent eigen stress-symptomen.
Zwakke kanten
  • Kan door de bomen het bos niet meer zien.
  • Heeft veel ideeën maar is weinig actiegericht.
  • Wacht te lang alvorens maatregelen te nemen.
  • Wacht af hoe anderen de taak uitvoeren.
  • Weinig kritisch. Is ongeduldig over kleinigheden.

Ideale leeromgeving
  • Plaats voor het uiten van ervaringen en gevoelens.
  • Tijd voor beschouwing en verwerking van waarnemingen en indrukken.
  • Gelegenheid om anderen in de groep te leren kennen en hun standpunten te weten.
  • Verschillende visies en opinies gepresenteerd krijgen om ze te vergelijken.
  • Visuele presentatie van leerstof

Sleutelvragen voor Bezinners
  • Zal ik voldoende tijd krijgen om me voor te bereiden, te overwegen en me aan de situatie aan te passen?
  • Zal ik de gelegenheid krijgen relevante informatie te verzamelen?
  • Zal ik de kans krijgen naar de mening van anderen te luisteren- liefst mensen van allerlei pluimage met uiteenlopende standpunten?
  • Zal ik gedwongen worden om te improviseren?

Als Bezinner leert u het meest van activiteiten waar
  • u in staat wordt gesteld en aangemoedigd wordt om zaken te bekijken, te overdenken
  • u kunt luisteren en observeren en daardoor afstand kunt nemen van zaken. Voorbeelden hiervan zijn het observeren van een groep bij het werk, het kijken naar een film of videoband, of zich tijdens een vergadering op de achtergrond opstellen
  • u mag denken voor u handelt, tijd heeft om uw antwoord voor te bereiden, mag overwegen voor u commentaar geeft, een kans krijgt om vooraf wat achtergrondinformatie te lezen
  • u enig diepgaand onderzoek kunt doen, d.w.z. informatie vergaren, onderzoeken, tot de bodem van iets gaan
  • u de kans heeft gebeurtenissen en datgene wat u geleerd heeft, nog eens de revue te laten passeren
  • u gevraagd wordt zorgvuldig overwogen analyses en rapporten te schrijven
  • u geholpen wordt in een veilige omgeving van gedachten te wisselen met andere mensen
  • u in uw eigen tempo beslissingen kunt nemen, zonder druk van buitenaf of binnen strakke tijdslimieten.

Als Bezinner leert u het minst van activiteiten waar
  • u zonder waarschuwing opeens iets moet doen, bijvoorbeeld meteen met een reactie komen, onvoorbereid een idee opperen
  • u op de voorgrond gezet wordt, bv. door te moeten fungeren als voorzitter, door een rol te moeten spelen in een rollenspel, een beurt voor het bord etc.
  • u niet genoeg informatie krijgt om een afgewogen oordeel op te baseren
  • u verzeild raakt in situaties waarin u moet handelen zonder planning
  • u afgepaste instructies krijgt hoe iets gedaan moet worden
  • u onder tijdsdruk gezet wordt of van de ene activiteit naar de andere gejaagd wordt
  • vanwege de opportuniteit oppervlakkig haastwerk moet leveren

Bekende remmingen die u verhinderen om uw stijl van Bezinner te ontwikkelen zijn
  • te weinig tijd hebben om te plannen of te denken
  • liever snel van de ene naar de andere activiteit overgaan
  • graag tot actie willen overgaan
  • niet graag zorgvuldig en analytisch willen luisteren
  • niet graag iets opschrijven

Hoe u uw stijl van Bezinner kunt ontwikkelen
  • Oefen u het observeren, vooral tijdens vergaderingen waar er punten op de agenda staan waar u niets mee te maken heeft. Bestudeer het gedrag van mensen. Houd bij wie het meeste praat, wie wie onderbreekt, wat tot onenigheid leidt, hoe vaak de voorzitter samenvat, enz. Bestudeer ook het non-verbale gedrag, wanneer leunen mensen naar voren en naar achteren? Tel hoe vaak mensen een punt kracht bijzetten door een gebaar. Wanneer vouwen mensen armen over elkaar, kijken ze op hun horloge, kauwen op hun potlood, enz.?
  • Houd een dagboek bij en schrijf iedere avond de gebeurtenissen van die dag op of denk na over de voorvallen van die dag en zie of u er enige conclusies aan kunt verbinden.
  • Oefen u erin terug te blikken op een vergadering of een of andere gebeurtenis. Loop gebeurtenissen nog eens een voor een na en bepaal wat goed ging en wat beter had gekund.
  • Belast uzelf met wat onderzoek, iets waarvoor u moeizaam gegevens van verschillende bronnen moet verzamelen. Bezoek de bibliotheek eens en breng een paar uur door in de studiezaal.
  • Oefen u in het schrijven van stukken. Schrijf een rapport over iets. Stel waterdichte beleidsargumenten, overeenkomsten of procedures op. Wanneer u iets geschreven heeft, leg het dan eens een week weg en lees het daarna nog eens door.
  • Oefen u in het opsommen van de voor- en nadelen van een bepaalde actie. Neem een twistpunt en voer weloverwogen argumenten aan vanuit beide standpunten.