naar boven
 
Denker (Assimilator)

Globale Beschrijving
Denkers verwerken hun waarnemingen in ingewikkelde maar logisch doordachte theorieën. Ze doordenken problemen op een consequente, stapsgewijze, logische methode. Ze neigen tot perfectionisme, dus vinden ze geen rust tot de dingen geordend zijn en ingepast in hun rationele schema's. Denkers houden ervan te analyseren en te synthetiseren. Ze zijn dol op abstracte ideeën, uitgangspunten, principes, theoretische modellen, logisch redeneren en rationeel denken. Hun filosofie prijst rationaliteit en logica. Als het maar logisch is, dan is het goed. De denker kijkt naar een groter geheel en zoekt naar onderliggende wetmatigheden. Vragen die hij stelt zijn: 'Wat zijn de uitgangspunten? Hoe kan je die dingen met elkaar rijmen? Waar heb je dat vandaan?' Ze zijn vaak objectief en onbevooroordeeld en benaderen de werkelijkheid consequent logisch. Ze verwerpen alles rigoureus wat daar niet in past.


Eigenschappen

  • Groot analytisch vermogen. Stijl wordt gekenmerkt door het denken in heldere, logische en abstracte termen. Gericht op analyseren en synthetiseren. Doordenkt problemen op een consequente, stapsgewijze en systematische manier. Betwijfelt, zoekt naar fouten, oefent kritiek uit.
  • Redeneert inductief. Verzamelt alle feiten, overweegt de mogelijkheden, maakt combinaties, herontwerpt, beproeft opnieuw. Brengt graag een verscheidenheid aan afzonderlijke feiten en observaties in een omvattende, logisch samenhangende verklaring samen. Leert door ideeën afzonderlijk te bestuderen, voegt ideeën samen teneinde een nieuw conceptueel plan of model op een georganiseerde manier te ontwerpen. Voorkeur voor logische en exacte theorievorming.
  • Neiging tot perfectionisme. Opereert vanuit een bepaald kader. Rust niet eerder dan nadat de zaken zijn gecategoriseerd en ingepast in zijn rationele schema.
  • Niet gericht op mensen. Werkt alleen, onafhankelijk. Onpersoonlijk, taakgeoriënteerde. Stelt meer belang in abstracte ideeën dan in hetgeen andere mensen vinden en denken
  • Rationeel, logisch, analyserend, intellectueel. Prefereert feiten. Denkt, leest. Breed wetenschappelijk georiënteerd.
  • Niet emotioneel maar bedachtzaam en geduldig. Reageert secundair, handelt berekenend. Laat zich niet door emotionele betrokkenheid meeslepen. Vermijdt te diep in iets betrokken te worden.
  • De stijl wordt vooral gevonden bij: Exacte wetenschappers, en in organisaties bij afdelingen als onderzoek, planning, financiën, accountancy.
  • Maakt gebruik van diagrammen en modellen
  • Taalgebruik onpersoonlijk en zaakgericht (het is zo, dat...)


Kenmerkende formuleringen:

"Als .., dan ... , tenzij ...."
"Onderzoek heeft aangetoond dat ...."
"Ik geloof terecht te mogen zeggen dat ..."
"Ik heb eens gelezen dat ..."
"Ik denk dat dit niet klopt..."
"Ik moet u erop wijzen dat ..."
"Waarom is deze ... beter dan de vorige?"
"Wat zal er gebeuren, als ... "
"Ik voorzie het gevaar dat..."
"Waar blijven we, als ..."
"Ik vestig de aandacht op het gevaar, dat ..."
"Voor zover ik weet is dat niet meer dan een veronderstelling."
"Ik zie niet in waarom dat zou moeten volgen uit wat je zojuist hebt gezegd."
"De cijfers die mij bekend zijn, verschillen van de cijfers die u hebt genoemd."
"Dat is niet de enig mogelijke verklaring, ..."


Sterke kanten:

Sterkte is logica, nauwkeurigheid in het analyseren van een probleem en het komen tot een probleemstelling. Stelt de prioriteiten op basis waarvan een (deel-) probleemstelling kan worden bepaald, definieert dan het probleem. Bedenkt perfecte theoretische modellen.

  • Overziet modellen en middelen die geschikt zijn bij toepassing van een bepaald probleem. Zoekt naar wat hij kan gebruiken. Maakt constructief gebruik van ervaringen uit het verleden.
  • Bedenkt alternatieve oplossingen voor dat probleem. Gaat de mogelijkheden van het gebruik van verschillende alternatieven na.
  • Definieert hypothese, stelt beoordelingscriteria op en voert een kwalitatieve analyse uit, rekent de mogelijkheden uit. Sterkte is logica en nauwkeurigheid.
  • Ontwikkelt theorieën en formuleert modellen. Sterkte is het kunnen bedenken van perfecte theoretische modellen.
  • Is een goede planner en organisator. Maakt plannen, bedenkt hoe oplossingen uitgevoerd moeten worden.
  • Werkt georganiseerd.
  • Werkt goed alleen.


Zwakke kanten:

Achillespees is de soms beperkte toepasbaarheid van de theorie in de praktijk.
De denker geeft theorie voorrang boven de feiten en laat zich moeilijk door concrete ervaring op andere gedachten brengen. Klopt een logische en exacte theorie niet met de feiten in de praktijk, dan zal hij de feiten opnieuw bekijken of terzijde schuiven, liever dan de theorie laten vallen.
vereist te veel bewijsmateriaal alvorens te handelen.

  • neemt weinig risico's
  • weinig realiteitszin
  • laat het verleden met tegenzin los
  • weinig waardering voor gevoelens, zowel van zichzelf als van anderen
  • moeite met onderkennen eigen stress-signalen


Ideale leeromgeving:

  • Duidelijke doelen en een heldere programmastructuur.
  • Gelegenheid voor het stellen van vragen naar filosofische, theoretische of methodologische achtergronden.
  • Complexe ideeën en vraagstukken aan geboden krijgen als een uitdaging om ze te begrijpen.
  • Orde en rust om na te denken.
  • Tijd en hulp om observaties een plaats te geven in eigen theorieën en begrippenkaders.


Sleutelvragen voor Denkers

  • Zal er genoeg gelegenheid zijn vragen te stellen?
  • Wijzen de doelstellingen en het programma op een duidelijke structuur?
  • Zal ik te maken krijgen met ingewikkelde ideeën en concepten waarmee ik mijn blik kan verruimen?
  • Zijn de te gebruiken benaderingen en de te onderzoeken concepten 'solide', d.w.z. logisch en geldig?
  • Zullen er mensen zijn die van hetzelfde niveau als ik?


Als Denker leert u het meest van activiteiten waar

  • wat aangeboden wordt deel uitmaakt van een groter systeem, een overkoepeld model, concept of theorie.
  • u de kans krijgt de basismethodiek, de uitgangspunten of de logica achter iets te onderzoeken. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan een vraag- en antwoordsessie, of door stukken op inconsequenties te bestuderen.
  • u iets uit moet leggen aan mensen van een hoog niveau, die u kritische vragen zullen stellen.
  • u kunt luisteren naar of lezen over waterdichte, elegante, interessante theorieën en concepten, die de nadruk leggen op rationaliteit of logica, en dan hoeven ze niet eens zo relevant te zijn.
  • u de tijd hebt methodisch de verbanden tussen ideeën, gebeurtenissen en situaties te onderzoeken.
  • u zich geestelijk moet inspannen, bijvoorbeeld door een 'stevige kluif' in de zin van complexe materie te moeten analyseren.
  • u zich bevindt in gestructureerde situaties met een duidelijk doel.
  • u redenen voor succes of mislukking kunt analyseren en daarna generaliseren.
  • er u interessante ideeën worden aangeboden hoewel ze niet meteen relevant hoeven te zijn.
  • u geacht wordt ingewikkelde situaties te begrijpen en er aan deel te nemen.


Als Denker leert u het minst van activiteiten waar

  • u iets moet doen zonder context of duidelijk doel.
  • u moet deelnemen aan situaties die de nadruk leggen op gevoel en emoties.
  • u betrokken wordt bij richtingloze, ongestructureerde activiteiten, waarbij het 'uit de groep moet komen', zoals bijvoorbeeld bij sensitivity-training.
  • men u vraagt te handelen of over iets te beslissen zonder ondergrond in beleid, principe of context.
  • u twijfelt of wat u onder handen heeft wel methodisch verantwoord is. m.a.w. of de vragenlijsten wel geverifieerd zijn, of de steekproef wal verantwoord getrokken is, etc.
  • u te maken krijgt met een wirwar van alternatieve of zelfs tegenstrijdige technieken en methodes zonder een ervan diepgaand te kunnen bestuderen, zoals bijvoorbeeld bij een oriënterende cursus.
    volgens u de stof bol staat van gemeenplaatsen, oppervlakkig en tendentieus is.
  • u zich niet thuis voelt bij andere deelnemers, bijvoorbeeld als er veel Doeners zijn of mensen met een lager IQ.

Bekende remmingen die u verhinderen om uw stijl van Denker te ontwikkelen
  • zaken voetstoots aannemen
  • een voorkeur voor intuïtie en subjectiviteit
  • een hekel hebben aan een gestructureerde levensbenadering
  • een hoge voorkeur geven aan plezierigheid/spontaneiteit


Hoe u uw stijl van Denker kunt ontwikkelen

  • Lees tenminste een half uur per dag iets 'zwaars', iets wat u aan het denken zet. Duik bijvoorbeeld eens in een leerboek over management. Waar uw keuze ook op valt, probeer achteraf wat u gelezen heeft samen te vatten in uw eigen woorden.
  • Oefen u in het ontdekken van inconsequenties/zwakke punten in de argumenten die anderen aanvoeren. Neem rapporten door en onderstreep inconsequenties. Analyseer organisatieschema's om overlappingen en conflicten op te sporen.
  • Neem een ingewikkelde situatie en analyseer die om erachter te komen waarom hij zo gegroeid is, wat er anders gedaan had kunnen worden en in welke fase. De situaties kunnen historisch zijn of meer recent, of iets waarbij u persoonlijk betrokken bent geweest. U kunt bijvoorbeeld nauwkeurig analyseren hoe u uw tijd besteedt, of welk werk er uw afdeling in en uit gaat, of wat voor soort mensen u ontmoet voor uw werk en hoe vaak.
    " Verzamel de mening van anderen over theorieën veronderstellingen en verklaringen voor gebeurtenissen. Probeer te doorgronden waarop iedere theorie gebaseerd is en kijk of u gelijkwaardige theorieën onder een noemer kunt brengen.
  • Oefen u in het structureren van situaties zodat ze overzichtelijk zijn en de kans groter is dat ze zich ontwikkelen zoals u voorspelde. U kunt bijvoorbeeld een vergadering plannen waarin afgevaardigden in verschillende groepen gaan werken. Structureer het tijdschema, de taken, de plenaire zitting. Of probeer een vergadering te structureren met een duidelijk doel, een agenda en een vastgesteld begin, midden en einde.
  • Verzin procedures om problemen te lijf te gaan zoals teveel mensen die tegelijk aan het woord zijn of als u er niet in slaagt op een lijn te komen.
  • Oefen u erin lastige vragen te stellen, het soort vragen dat tot op de bodem gaat. Neem geen genoegen met gemeenplaatsen of vage antwoorden. Stel vooral vragen die bedoeld zijn om erachter te komen waarom precies iets gebeurd is: "Waarom is de machine weer defect volgens u?', 'Waarom is het ziekteverzuim hoger?"