Ga naar digitale leerstijlentest van Kolb
Leerstijlen KOLB
In onze schooltijd hebben wij waarschijnlijk meegemaakt dat de verantwoordelijkheid voor wat wij leerden bij de docent lag. Zijn opleiding en ervaring maakten hem tot expert. De leerling was een passieve deelnemer aan het leerproces.
Hij moest luisteren, lezen en onthouden. De docent gaf de stof op en liet dan herhalen wat de leerling had geleerd. De docent had ook de verantwoordelijkheid voor de evaluatie van de leerprestaties en gaf aan wat de leerling als volgende opdracht te doen had. Vaak werd ervan uitgegaan dat de cursist dit niet zelf kon beslissen.
Het studieboek kan worden gezien als een symbool voor de opvatting dat leren vooral te maken heeft met abstracte ideeën en begrippen. Leren is een proces van verwerven en zich herinneren van ideeën en begrippen. Hoe meer begrippen men zich herinnert des te meer heeft men geleerd!
De toepassing van deze begrippen in een eigen werkkring is een kwestie van later zorg. In deze opvatting over leren zegt men eigenlijk. het begrip komt voor de ervaring.
Het klaslokaal kan, op dezelfde manier, worden gezien als een symbool van de opvatting dat leren een speciale bezigheid is die weinig met het gewone leven te maken heeft en los staat van de werkelijkheid. Leren en doen zijn twee afzonderlijke en soms zelfs tegengestelde zaken.
Veel leerlingen denken dan ook, dat het leven pas begint als ze klaar zijn met hun opleiding of studie. De overtuiging dat het verzamelen van kennis alleen in opleidingssituaties kan plaatsvinden, is zo wijd verbreid, dat men met een papiertje betere kansen heeft bij sollicitatie en promotie dan zonder.
Het resultaat van deze opvatting is dat het begrip 'leren" zelden relevant lijkt in ons dagelijks leven. Is deze opvatting nu juist?
Gelukkig wint de opvatting veld, dat men in een wereld die voortdurend in verandering is en in een tijd waarin bijna iedereen van tijd tot tijd van functie verandert, in staat moet zijn (en moet leren) continu nieuwe dingen te teren.
Leerprocessen worden meer en meer gezien als de vaardigheid om problemen op te lossen.
Het begrip problemenoplossen, roept echter associaties op die nogal tegengesteld zijn aan het begrip leren. Bij het oplossen van problemen denkt men aan een actieve bezigheid; bij leren denkt men aan een passievere bezigheid.
De verantwoordelijkheid voor het oplossen van problemen ligt bij degene die ze oplost; hij moet experimenteren, risico's nemen en het probleem aanpakken.
Daar het leerproces wordt geleid door individuele behoeften en doeleinden, is de manier waarop iemand iets kan leren ook individueel, terwijl de leerstof erg zal verschillen. Een wiskundige zal bijvoorbeeld de nadruk leggen op abstracte begrippen. Een monteur stelt de concrete ervaringen hoger. Een bedrijfsleider zal de actieve toepassing van begrippen meer waarderen. Een natuuronderzoeker zal zijn observatievermogen meer ontwikkelen.
Zo zal ieder van ons zich een manier van leren eigen maken die sterke en zwakke kanten heeft. Uit ervaringen wordt vaak heel weinig lering getrokken. Wij vormen begrippen, maar toetsen ze niet. Ook mankeert het aan het vaststellen van duidelijke doelstellingen.
De lijst waarop je je eigen manier van leren hebt ingevuld (gaat invullen), helpt je je eigen leerstijl te ontdekken. De vier manieren waarop men iets kan leren: concrete ervaring, overdenkende observatie, abstracte begripsvorming en actief experimenteren geven de vier stadia van het leerproces aan.
De lijst is bedoeld om je te laten zien in welke mate elk van deze stadia belangrijk voor je is, zodat je een aanwijzing hebt op welke manier van leren je zelf de meeste nadruk legt. De sleutel tot een meer effectieve manier van leren is te weten wanneer men welke methode moet gebruiken. Een hoge score bij één van de vier leermethoden kan erop wijzen dat je de neiging hebt dit aspect te vermijden.
Model voor het leerprobleem - oplossingsproces
Door de kenmerken van het leren en oplossen van problemen te combineren, ze als eenzelfde proces te beschouwen, kunnen wij beter begrijpen hoe de mens, door zijn ervaring, regels en begrippen leert onderscheiden die hij later in nieuwe omstandigheden kan toepassen.
Dit proces is zowel actief als passief, zowel concreet als abstract. Het kan beschouwd worden als een doorlopend proces met vier stadia:
1. de concrete ervaring wordt gevolgd door
2. observatie en overdenken; deze leiden tot de
3. begripsvorming en generalisatie, en deze leiden tot
4. toetsing van veronderstellingen die daardoor weer nieuwe ervaringen opleveren
Kringloop van leren en probleemoplossing.
Deze cirkelgang wordt voortdurend herhaald in de mens. Hij test zijn ideeën voortdurend door ervaringen en past ze dan aan door ze te overdenken.
De richting die het leerproces opgaat, wordt bepaald door de individuele behoeften en aanleg van de mens.
Wij zoeken ervaringen die verband houden met ons doel, verklaren ze in het licht van ons deel, vormen denkbeelden en testen de implicaties van deze begrippen die relevant zijn voor onze behoeften en doeleinden.
Wanneer men geen duidelijk doel voor ogen heeft, leidt een leerproces tot povere resultaten en is inefficiënt.
Lees ook: www.thesus.nl/kolb