Leerstijlen en sturen van leerprocessen J.D.H.M. Vermunt

Een leerstijl is een karakteristieke wijze van aanpak van de studie, net als een rijstijl een karakteristieke manier van autorijden is. De onderwijskundige Jan Vermunt onderscheidt vier leerstijlen:

Ongericht: "ik weet niet goed wat ze willen"
Je vraagt voortdurend wat je moet doen. Je bestudeert alles en maakt vaak erg lange uittreksels. Je hebt moeite om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Daardoor krijg je nauwelijks overzicht en geen inzicht. Je hebt de neiging de verantwoordelijkheid voor jouw resultaten meer bij de docent te leggen dan bij jezelf. Je hebt behoefte aan instructies. Je kunt niet goed plannen.
Tip: oriënteer je eerst globaal op de stof. Lees de inhoudsopgave, de hoofdstukkopjes. Inzicht krijg je alleen als je prioriteiten durft te stellen, als je dingen durft te laten liggen.

Reproductiegericht: "ik weet wat ik moet kennen om te slagen"
Je leert veel uit het hoofd, streept royaal met een markeerpen en je verwacht dat je de kennis later letterlijk kan spuien. Je stelt jezelf op als consument en je maakt jezelf heel afhankelijk van de docent. Volgens jou is studeren "weten wat je moet weten" .Studie is gericht op slagen. Daar kun je hoge cijfers mee halen, maar dat wil niet zeggen dat je er in de praktijk goed mee uit de voeten kan. Het is een leerstijl die je meekrijgt van de middelbare school. Daar kan je ook in de propedeuse vaak goed mee uit de voeten, maar het kan zijn dat je in de hoofdfase of in de praktijk vastloopt. Selecteren van wat belangrijk is en veel tijd besteden aan herhalen en uit het hoofd leren.

Betekenisgericht: "ik studeer omdat ik wil weten"
Je verwerkt de stof door jezelf vragen te stellen en je eigen interpretaties, mening en besluit te vormen Je benadert de stof kritisch en legt verbanden. Je leest iets in de krant en denkt: wat heb ik hierover gehad bij het vak recht? Ben ik het hiermee eens? Klopt dit met wat ik ergens anders heb geleerd? Je acht vooral jezelf verantwoordelijk de belangrijkste zaken uit de leerinhoud te halen. Je studeert gericht op uitdiepen van persoonlijke interesse of eigen ontwikkeling.

Toepassingsgericht: "ik leer niet om te leren, maar om te gebruiken"
Je betrekt de studiestof op actuele verschijnselen. Je zoekt naar voorbeelden en je vraagt je af: hoe kan ik dit in de praktijk gebruiken? Je bent in staat zelfstandig de inhoud van de lesstof te reguleren. Je vindt de studie heel boeiend en uitdagend.

De ongerichte stijl is een negatieve voorspeller van studiesucces. Naarmate de studie vordert, wordt meer beroep gedaan op betekenisgerichte en toepassingsgerichte leerstijl.

Vermunt, J.D.H.M.: Leerstijlen en sturen van leerprocessen in het hoger onderwijs. Naar procesgerichte instructie in zelfstandig denken. Lisse, Sweets & Zeitlinger, 1992. Toelichting op procesgerichte instructieprincipes en verslag van empirisch onderzoek naar leerstijlen, heroriëntaties, leeractiviteiten en mentale modellen van studenten in het hoger onderwijs.